Layla ~ 15 ~ Verleiding

Afwezig loopt Fleur door een zalencentrum waar ze zojuist een ruimte heeft geïnspecteerd voor het volgende evenement van de vereniging. Nog steeds heeft ze zichzelf niet gemeld op het kantoor. Alleen Diederik heeft ze kort ingelicht, zonder teveel in detail te treden. Al had hij weinig informatie nodig. Goede kans dat de hele vereniging al door had dat Maurits en Annabel samen veel tijd doorbrachten. 

            Ze blijft in een hal staan om haar OV-pas te zoeken als ze iemand haar naam hoort roepen. De stem komt haar zowaar bekend voor en ze kijkt om. Rolf van Haeren Seijst komt op haar afgelopen, de vader van Cedric. ‘Hallo Rolf’. Beleefd groet ze hem met drie zoenen. ‘Wat brengt jou hier?’

            ‘Zaken’. Rolf lacht haar stralend toe. ‘En jij? Ik vermoed de vereniging?’

            ‘Meteen goed. Hoe is het met je?’ Fleur houdt nog wat afstand, want ze weet dat Rolf Layla behoorlijk op haar nek zat in haar relatie met Cedric.

            ‘Goed. Goed. Zijn gangetje. Ben je met de fiets?’

            ‘Nee. Het OV’. Fleur houdt haar kaart omhoog.

            Plotseling legt Rolf een hand op haar schouder. ‘Wil je een lift? Ik kan je eventueel thuis brengen’.

            Fleur voelt haar hart ineens tekeer gaan, maar ze knikt. Als ze met hem mee loopt, merkt ze dat ze nerveus wordt. In de auto merkt ze dat het niet nodig is. Ze praten over de standaard zaken. Catherine en de kinderen. Haar ouders. Maurits. Dan valt ze stil en Rolf merkt het meteen. Hij zoekt contact met haar.

            ‘Wat is er, Fleur?’

            Ze weet niet hoe ze het moet zeggen. Ook niet of het mag. Haeren Seijst valt niet onder Vlorensteijn, dus in die zin is er geen gevaar. Maar Rolf is ook een goede vriend van Florian, Maurits’ vader.

            ‘Het gaat minder nu’, zegt ze maar. ‘Bespreek het liever niet met zijn ouders’.

            ‘Geen probleem, meisje. Je kan alles zeggen als je wilt. Niemand hoort wat van mij’.

            ‘Waarom zou je dat doen?’ Fleur kan een beetje lachen. ‘Je kent me niet eens’.

            ‘Dat weet je toch wel, Fleur?’ Rolf kijkt in zijn spiegels. ‘Of heb ik het verkeerd?’

            Haar hart gaat tekeer. ‘Ik was niet gek’, fluistert ze.

            ‘Nee, Fleur. Dat ben je niet. Maar jij bent met Maurits en ik met Catherine. We kunnen er weinig mee’.

            ‘Ik weet niet meer wat ik ben met Maurits’, zegt Fleur neerslachtig. ‘Het is wel toevallig dat ik jou ineens tegenkom. Of niet?’

            ‘Daar hoef je niets achter te zoeken. Alhoewel, ik ben wel vaker in dat centrum’.

            Fleur knikt bedenkelijk. ‘Rolf, ben je weleens met mama geweest?’

            ‘Nee, Fleur. Je vader is mijn beste vriend, daar begin ik niet aan. Je moeder is een prachtvrouw, maar dat doe ik niet’. Hij lacht. ‘Je durft wel, jongedame’.

            ‘Ik zie je altijd kijken naar haar’.

            ‘Daar blijft het bij, het is moeilijk niet naar Beth Vlorensteijn te kijken’.

            Net als Annabel denkt Fleur. Catherine vindt ze ook een geweldige vrouw. Van Layla heeft ze niet anders dan goede verhalen gehoord. Daarom doet ze niets. Net als Layla niets deed. Hoewel ze graag zou willen. Vanwege Maurits. Annabel. Haar idiote moeder. Al jaren is Rolf een verleiding voor Fleur, maar ze was met Maurits. Ondanks zijn gedrag en de onduidelijkheid in hun relatie, laat ze Rolf niet toe. Ze bedankt hem beleefd voor zijn lift en loopt naar het appartement. Alleen.

Layla ~ 14 ~ Ondraaglijk


Ze ontmoet Maurits in het appartement, op een avond dat Layla naar het werk is. Die ochtend zijn ze teruggekomen en Layla staat alweer in het restaurant. Fleur heeft geen idee hoe ze het doet en ze heeft Layla beloofd haar favoriete soep klaar te maken. Maar eerst moet ze met Maurits praten. Eigenlijk heeft ze geen zin in die jongen. Ze mist hem vreselijk, maar het beeld van hem en Annabel blijft in haar hoofd zitten en maakt haar misselijk. Eigenlijk kan ze Maurits niet eens om zich heen verdragen.

            ‘Wat heb je gezien?’ Maurits is bang, ontzettend bang. Hij had niet verwacht dat Fleur het zou zien of erachter zou komen. Maar hij had het die avond ook niet zien aankomen. Het was drank en Annabel. 

            ‘Genoeg, Maurits. Ik heb geen om in details te treden, maar je kan mij niet wijsmaken dat ze je dwong’, zegt Fleur sarcastisch. ‘Het maakt…we zijn jong en het zat er aan te komen. Wil je Annabel nu?’

            Maurits schudt zijn hoofd. ‘Zo is het niet, alleen is er een spanning’.

            ‘Die heeft Lay met mijn vader, die liggen ook niet meteen samen in bed’.

            Verbaasd kijkt Maurits naar Fleur. ‘Dat is niet te vergelijken, Fleur. Die twee zijn toch niet samen bij een vereniging?’

            ‘Ze zijn samen geweest! Toen ik er voor jou was! En ik Lay liet schieten voor jou! Ze had…toen…had ze…met hem, want ma…die was weer naar Ro! Ze heeft het niet gedaan, dat weet ik zeker, omdat ze ziek was door mij’. Fleur draait zich weg als ze ziet dat Maurits haar wilt aanraken. 

            ‘Door jou? Wat bedoel je?’ Maurits legt voorzichtig zijn hand op haar schouder.

            ‘Die hele toestand van Layla is mijn schuld. Als ik niet zo’n egoïstisch kreng was geweest vroeger, dan was ze nu de Layla die ze hoorde te zijn. Slim, succesvol, een danseres, met een lieve vriend’. Fleur draait zich om. ‘En jij? Waar ben je mee bezig? Wat is er tussen jou en dat vieze wijf?’

            ‘Niets…meer…’

            ‘Meer’, herhaalt Fleur. ‘Er waren meerdere keren?’ Ze ziet Maurits knikken. ‘Hoe vaak? Zocht je haar op?’

            ‘Nee en het is niet… meestal met stappen. Als we elkaar tegen kwamen’.

            ‘Tegen kwamen’. Fleur probeert sterk te zijn, maar ze kan het niet. Ze is geen Layla Marquez die dag in dag uit geconfronteerd kan worden met haar ergste pijn. Voor Maurits geeft ze over, midden in de woonkamer. Maurits schrikt niet. Hij sust haar tot het voorbij is. 

Ze huilt. Niet om Maurits, maar om Layla en zichzelf. Het kan niet waar zijn, dat haar vriendin met een ergere pijn leeft dan ze nu voelt. 

Maurits zorgt ervoor dat ze gaat zitten en hij ruimt de rommel op. Verdwaasd kijkt ze toe hoe Maurits Haghenaer de vloer schoonmaakt en haar braaksel opruimt. Ze wilt hem helpen, maar ze kan niet bewegen. Nu beseft ze hoe groot haar liefde voor Maurits is en hoe erg het is wat ze heeft laten gebeuren. Ze legt haar hoofd op de bank. Hij liet het gebeuren. Ze liet ze vrij en ze lieten het gebeuren. Layla niet. Die was trouw. Op een lichte kus na. Dat was lief. Ze verdienen het allebei. Haar vader. Haar beste vriendin. De mooiste mensen in haar wereld. 

Layla ~ 13 ~ Uit Liefde


Het is de een na laatste dag. Fleur houdt Layla gezelschap bij een fotosessie. Zoals altijd vindt ze het ontzettend gaaf om te zien. Met name hoe haar beste vriendin dit allemaal toch maar doet. Fleur is niet bang voor de camera, maar zoals Layla poseert is gewoonweg professioneel en artistiek. Als Layla weer moet wachten op de volgende shoot, legt Fleur een deken over haar heen.

            ‘Je doet het echt knap’, zegt Fleur. ‘Je bent heel fotogeniek, maar ook professioneel. Heb je vroeger veel modellenwerk gedaan?’

            ‘Vroeger?’ Vraagt Layla afwezig.

            ‘Ja ehm toen we op de middelbare zaten’, probeert Fleur voorzichtig.

            ‘Zoiets’.

            ‘Zoiets’. Fleur durft niet verder te vragen. Layla is altijd erg gesloten over haar jaren bij haar laatste pleeggezin. In die tijd al, want Fleur hoorde te laat dat Layla al ondergebracht was bij een nieuw gezin. Als ze dat al geweten had, dan had dat veel moeilijkheden kunnen voorkomen. Nu weet ze dat er een reden is dat Layla die tijd verborgen hield, maar de exacte reden weet Fleur tot de dag vandaag nog steeds niet.

            ‘Lay…’

            ‘Hmm…’

            ‘Heb je nog gevoelens voor pa?’ Fleur merkt dat Layla haar deken strakker om zich heen doet. ‘Ik heb het wel gemerkt met de feestdagen en ik liet je veel alleen met hem. Of eigenlijk mijn ouders, alleen was ma steeds weg hoorde ik later. Is er iets gebeurd toen?’

            ‘We zijn weleens weggeweest. Nadat ik zo ziek was geweest, weet je nog?’

            ‘Door Roderick, ja dat weet ik’, knikt Fleur. ‘Waar gingen jullie heen?’

            ‘Gewoon een stuk rijden, niet bijzonders. Dat doet je vader soms, als hij afleiding nodig heeft. Waarom vraag je of ik nog gevoelens voor hem heb?’

            ‘Heb je toen niet met hem…’

            ‘Nee. Ik was te ziek’.

            ‘Oh. Anders wel?’

            ‘Fleur waar wil je heen?’

Voordat Fleur kan antwoorden, wordt Layla alweer opgeroepen. Al drie jaar lang merkt Fleur dat er iets speelt tussen Layla en haar vader. Geen verleidingen of geflirt. Eerder een sterke aantrekkingskracht, waar beiden tegen vechten. Maar Fleur zag ook dat Layla te beschadigd was, om werkelijk erop in te gaan. De enige manier die Layla wist, was door ruzie te zoeken met Frank. Maar sinds Layla terug is in hun leven, is Frank milder. Niet meer de grote Frank Vlorensteijn, maar juist meer bescheiden. Nog steeds de harde werker, maar niet meer de man die uit is op macht en succes. Wel het behoud van het imperium voor de bescherming van de familie.

            Zodra Layla voor de camera staat, pakt Fleur haar telefoon. Ze weet wat ze moet doen. Niet alleen uit verplichting, maar ook uit liefde.

            ‘Fleur’.

            ‘Dag Maurits’.

            ‘Waarom nam je niet op? Waar ben je?’

            Voordat ze antwoord, kijkt Fleur naar Layla. ‘Ik zag je met Annabel, de avond van het feest in het magazijn’. Ze hoort Maurits naar adem happen. ‘Niet bang zijn, Ritz. Maar we moeten praten. Over Layla. En mij. Over wat ik heb gedaan’.

Layla ~ 12 ~ Wegblijven


Hoewel ze niet lang weg willen blijven, staan binnen twee dagen Frank en Beth in de lobby van het hotel. Verontwaardigd loopt Layla op ze af. 

            ‘Wat doen jullie hier?’

            Fleur verschijnt achter haar. ‘Hoe weten ze dat we hier zitten?’

            Layla kijkt zuchtend achterover. ‘Ik laat altijd mijn hotelgegevens achter bij Beth’.

            ‘Oh’. Fleur slaakt nu ook zucht. ‘Daar heb ik niet bij stilgestaan’.

            ‘Dat is duidelijk’. Beth stapt op Fleur af. ‘Ik schrok me wild toen de vereniging ons belde met het bericht dat je was verdwenen op de avond van een van de belangrijkste feesten’. Ze wilt Fleur bij haar arm pakken, maar ze houdt zich plotseling in. ‘Wat is er aan de hand? Je gaat niet zomaar met Layla naar Parijs’. 

            ‘We kunnen beter naar de hotelkamer gaan. Komen jullie maar mee’. Layla gebaart ze mee te lopen. Ze ziet nog net dat Fleur zich losmaakt van Beth en vervolgens naast Layla gaat lopen. Onderweg naar de hotelkamer wisselen ze blikken met elkaar, die alleen zij begrijpen. Een manier die ze al hebben gevonden op de middelbare school, toen hun onderlinge contact nog geheim moest blijven.

            ‘Vertel’, zegt Beth als ze in de kamer zijn.

            ‘Maurits’. Fleur zet een tas neer en pakt deze uit. Ze ruikt aan een legging.

            ‘Maurits’, Beth klinkt bedenkelijk. ‘Je bedoelt Ritz?’ Ze kijkt naar Frank die zijn ogen alleen maar op zijn dochter houdt. Daarna draait ze zich naar haar dochter. Het is duidelijk dat ze het begrijpt. ‘Fleur. Je vader en ik zijn bereid je te steunen, maar daarvoor hebben we informatie nodig. Niet alleen vermoedens’.

            Fleur knikt bedachtzaam. ‘Als ik weg wil blijven bij de vereniging bedoel je. Juist. Ik heb Maurits en Annabel betrapt, ze hadden seks. Ik moet nadenken nu en ik heb tijd nodig daarvoor. Samen met Lay en Parijs’. Nu kijkt ze haar ouders aan. ‘Dit wil ik alleen doen, zonder jullie. Maar ik begrijp het als jullie een reactie moeten geven over mijn afwezigheid. Jullie hoeven me alleen niet te verdedigen en ook niet te steunen. Ik kan het zelf aan. Waarom zijn jullie hier? Lays ouders zijn er toch ook niet als er problemen zijn’.

            ‘Fleur…’ begint Beth.

            ‘Nee. Laat me dit alleen doen. Zonder Vlorensteijn. Alsjeblieft’.

            Beth wilt Fleur vasthouden, maar Fleur loopt weg. ‘We zijn er voor je, Fleur’.

            ‘Dag mam. Dag pa’.

            ‘Ik wil een ding weten’, zegt Frank. ‘Heeft Maurits je gebeld?’

            Layla kijkt naar Fleur, maar ze houdt zich neutraal.

            ‘Je wilt het niet zeggen?’ Franks gezicht wordt zachter. 

            ‘Laat me dit alleen doen’, herhaalt Fleur.

            Frank knikt nu langzaam zijn hoofd en neemt Beth met hem mee. Ze verdwijnen uit de kamer. Zonder protest of preken.

            ‘Heb je al iets gehoord van hem?’ Vraagt Layla.

            ‘Alleen maar. Mijn telefoon staat niet stil’. Fleur pakt haar telefoon. Alleen maar gemiste gesprekken en berichten. Ze reageert niet, op niemand. ‘Ik mis hem, Lay. Maar ik mis Vlorensteijn niet. Of de vereniging. Of de jaarclub’.

            ‘En je ouders?’

            ‘Het meeste’. Fleur legt haar telefoon op het nachtkastje. ‘Maar dat is goed. Al komt het niet in de buurt bij jouw pijn, dat weet ik. Zelfs Maurits en Annabel niet en dit doet al zeer. Laat staan wat ik jou heb aangedaan. Ik ben een vreselijk monster’.

Layla ~ 11 ~ Fleurs besluit


Ze zijn in Parijs. Layla is voornamelijk druk met danslessen en enkele modellenshoots. Fleur gaat altijd met haar mee. Gelukkig is dat voor niemand een probleem. Wat logisch is, want Fleur houdt zich rustig. Tussen de bedrijven door studeert ze. Parijs is voor een week. Daarna hebben ze allebei tentamenweek en natuurlijk gaan ze terug naar Nederland voor de tentamens. Wat daarna volgt zien ze wel. Voorlopig zal Fleur met Layla mee gaan als Parijs haar vraagt. 

Tot Layla’s verbazing is Fleur behoorlijk in haar element. Ze weet zich goed raad met de Fransen, maar dat is niet zo vreemd met haar Franse bloed. Fleurs moeder Beth komt uit Frankrijk en Fleur gaat regelmatig met haar familie de Franse kant bezoeken. Fleur spreekt daarom vloeiend Frans en het is duidelijk dat ze zich thuis voelt in de Franse hoofdstad.

            Layla ontdekt de Française in Fleur en het is leuk die kant van haar vriendin te zien. Hetzelfde geldt voor Layla. Blijkbaar is dat wat hun samenbindt, die Franse geest die eigenlijk vrij is zonder de extreme uitbundige kant. Wel de artistieke. Fleur gaat zelfs mee doen met de danslessen. 

Als ze bij een grand café in een gekke bui zijn, melden ze zich aan bij een open podium en ze doen een van hun bekende dansjes van vroeger. Het valt in de smaak en de eigenaar vraagt ze zelfs voor meerdere avonden. Gillend van de lach rollen ze die avond over de straten van Parijs.

            ‘Dit is veel beter dan het achterlijke Nederland’. Fleur gaat bij een fontein zitten. Ze veegt een traan weg die vrij is gekomen door het lachen. ‘Je had al die tijd gelijk, Lay. Je wilde me vrij maken van Vlorensteijn, maar ik durfde niet. Ik was jaloers dat jij wel zo ver was. Jaloers’. Fleur lacht spottend voor zich uit. ‘Wat een vreselijk bitch was ik voor je. Echt vreselijk. Wat ik…ik ben erger dan Annabel. Erger. Weet je dat? Of is naar bed gaan met de vriend van je vriendin niet erger? Geen idee’. Weer lacht Fleur, nu harder. Vol van verdriet. ‘Ze ging met hem…ze waren samen. Ze konden niet eens wachten. Hun kleding was nog…en hij…hij…hij…’ Fleur maakt haar handen tot een vuist. Weer springen de tranen in haar ogen. ‘Hij wilde het! Hij wilde haar!! Hij zei altijd van niet. Altijd ontkende hij en ineens…’ Fleur lacht weer. ‘Ineens liggen …nee staan ze…in het magazijn van de vereniging. Van alle plekken…weet je wel hoe vies het daar is… Dat zal het zijn. Ik wilde nooit dat soort plekken. Hij wilt gewoon smerig. Prima. Dag Maurits Haghenaer. Veel plezier met je vieze mens!’ Fleur klapt haar handen in het water. ‘Het spijt me, Lay. Het spijt me zo erg. Het spijt me zo…erg…’ Fleur kijkt Layla aan. ‘Nu pas weet ik hoe het echt voelt en dat is niet hetzelfde. Dat is nog het ergste! Ik heb een vader en moeder die van alles kunnen regelen. Weet je wel hoeveel macht ik nu heb, Lay. Hagehnaer, Ten Cate en Van Melligen kan ik uit Vlorensteijn laten zetten’.

            ‘Door een keer?’ Stamelt Layla schor.

            ‘Een keer. Welnee, Lay’. Fleur draait haar gezicht weg. ‘Dit is al een tijd gaande. Een paar maanden als je het mij vraagt. Het was een kwestie van tijd dat ik ze zou betrappen’. Fleur legt haar hoofd in haar nek. Haar haren waaien zachtjes in de wind. ‘Stomme idioot. Het was goed zo lang het duurde. Nu zijn wij aan de beurt. Eindelijk. Ben je er klaar voor, Lay? Kan je Vlorensteijn aan?’

            ‘He. Je hebt het tegen Layla Marquez’.

            ‘Ja. De beste vriendin van de wereld’.