Layla ~ 25 ~ Wij

Ze heeft het voor elkaar. Voor haar eindscriptie heeft ze een negen gehaald. Wat betekent dat het haar is gelukt cum laude af te studeren in de Engelse Taal en Literatuur. Diezelfde dag komen de Vlorensteijns en Haghenaers in het appartement om de prestaties van de kinderen te vieren. Ook die van Layla.

            Fleur wilt met het proosten het woord doen. ‘Op Layla. Wat jij weer hebt gedaan…ik heb er geen woorden voor. Cum laude. Met alle drukte die je had. Ik wist dat je slim was, maar dit is echt…’ Fleur geeft haar een omhelzing. ‘Ik ben supertrots op je Lay. Ik weet zeker dat je ouders dat ook zijn’.

            ‘En Juli?’

            ‘Boos’, giechelt Fleur erachteraan.

            ‘Mooi zo’. Layla geeft een knipoog. ‘Dank je, Fleur’.

            ‘Het is werkelijk waar bijzonder, Layla’, zegt Cynthia ontroerd. ‘Ik kan er niets anders dan bewondering voor hebben’.

            Layla krijgt een kus van Cynthia. ‘Ik ben niet de enige die geslaagd is’, zegt ze verontwaardigd.

            ‘Van jou is het bijzonder’. Maurits heft zijn glas op. ‘Op Layla’.

            ‘Op Layla’.

            ‘Op ons allemaal’, zegt Layla erachter aan. ‘We hebben allemaal onze moeilijkheden gehad. Ik niet alleen. Ook voor jullie zijn jullie prestaties bewonderenswaardig. Het geeft alleen maar aan hoeveel jullie in huis hebben en wat voor mooie dingen jullie kunnen presteren. Helemaal als jullie het samen doen. Met zijn twee!’       

            Fleur begint te proesten en Maurits knikt beamend. ‘Zo wil ik het ook, Layla’.

            ‘Goed zo’. Layla ziet de glimmende ogen van Frank naar haar.

            ‘Ik heb hier niets aan te voegen’, lacht Frank.

            ‘Ik ook niet’, zegt Florian, de vader van Maurits. ‘Ik sluit me helemaal aan bij Layla’s woorden’. Maar hij geeft een waarschuwend gebaar naar zijn zoon.

            ‘Wat zijn jullie plannen na de diploma-uitreiking?’ Vraagt Beth snel aan Fleur en Maurits.

            ‘Mexico’, zegt Maurits ineens, waarop Layla haar wijn uitspuugt. ‘Voor twee maanden, we willen er rondreizen’. 

            Layla merkt de blikken van Beth en Frank op, zelfs Patriek kijkt verontwaardigd naar zijn zus. ‘Wie kwam met dat idee?’

            ‘Ritz. Het leek mij ook wel leuk. Even weg van hier’. 

            Terwijl Fleur en Maurits hun geplande reis in geuren en kleuren beschrijven, besluit Layla naar het balkon te gaan. Frank loopt met haar mee. ‘Wist jij hiervan?’ Vraagt hij. 

Layla schudt haar hoofd. ‘Laat gaan, Frank. Zo gaat het nou eenmaal’. Ontspannen leunt ze tegen het balkon. ‘Dat betekent dat Fleur twee maanden weg is en dat ik twee maanden rust heb. Lijkt me heerlijk’. Ze draait zich om en staart over de binnentuinen. ‘Laat Fleur en Maurits maar op vakantie gaan, Frank. Zo ver en zo lang mogelijk. Dan heb ik alle ruimte’. Ze draait haar gezicht naar Frank. ‘En wij ook’, fluistert ze erachteraan.

Layla ~ 23 ~ Het moment

Aan de tafel bij de Vlorensteijn merkt Layla heus wel de nieuwsgierigheid, maar ze zegt er weinig over.

            ‘Jullie zeggen toch ook niets over jullie opdrachten?’ Met een brede lach neemt Layla een hap van haar eten. Beth heeft Layla’s favoriete gerecht gemaakt. Spaghetti bolognese. 

            ‘Ja maar we vertellen wel de aard van de zaak, Layla’, zegt Frank. ‘Maar we zijn blij voor je. We zien dat het een mooie opdracht is, waar je voor gevraagd bent’.

            ‘Dat is het. Gelukkig kan ik het combineren met mijn modellenwerk. Ik ga jullie wel missen’. Verdrietig staart Layla naar haar bord. 

            ‘He’. Beth legt haar hand op Layla’s arm. ‘We zijn er altijd voor je, meisje’.

            ‘Nee. Ja. Maar …heb ik eindelijk…dinges…en dan…’ Layla slaakt een zucht. Ze kan de tranen niet helemaal bedwingen.

            ‘Bedoel je familie?’ Vraagt Beth lief. ‘Die is er altijd, Layla’.

            ‘Oké’.

            ‘Ja. Je laat deze opdracht niet gaan, Lay. Dat zijn de Vlorensteijns echt niet waard hoor’. Fleur buigt zich onverstoord over haar bord.

            Als Layla opkijkt ziet ze het geïrriteerde gezicht van Frank. Ze wilt haar lachen inhouden, maar dat lukt haar niet. ‘Nee, dat weet ik ook wel’, giert ze uit. ‘Sorry’, zegt ze snel. ‘Ik ben nerveus en dan ga ik rare dingen zeggen’.

            ‘Oh mooi. Wat is de opdracht, Lay?’

            ‘Dat zeg ik niet’.

            ‘Flauw’.

Na het eten moeten zowel Fleur als Beth naar tennisles. Layla is alleen met Frank in het huis en ze hem op in zijn werkkamer. Ze wilt hem spreken over het appartement. ‘Kan ik mijn kamer wel aanhouden? Ik vind het fijn wel een huis te hebben als ik eh terug kom’.

            ‘Natuurlijk kan dat’. Frank kijkt haar observerend aan. ‘Werk alleen aan je spraak en houding, Layla, als je dergelijke opdrachten hebt. Te veel aarzelingen laten je onzekerheid zien’. Hij gaat nu achterover zitten. ‘Hoe was je tijd in Sevilla?’

            ‘Leuk! Al was het raar zoveel Spaans te spreken’, zegt Layla fronsend.

            ‘Had je daar geen last van?’

            Nu is het Layla die Frank bedachtzaam aankijkt. ‘Wat weet jij, Frank?’

            ‘Ik weet wat dingen’, bekend Frank.

            ‘Zegt hij zonder aarzelingen’. Nu staat Layla op. ‘Je weet dingen?’

            ‘Ja’.

            ‘Zoals mij aanbevelen?’

            Nu krijgt ze geen antwoord en dat zegt haar genoeg. In een opwelling valt ze om zijn hals. Zijn armen gaan om haar heen. ‘Dank je wel, Frank’.

            ‘Dit kan je paspoort naar Vlorensteijn, Layla. Gebruik het goed’. 

Ze voelt zijn gezicht in haar haren. Zelf legt ze haar gezicht in zijn hals. Daarna vinden ze elkaar. Ze denken niet aan Fleur. Of Beth. Alleen de kus. Er is geen aarzeling zoals jaren geleden. Ze weet niet hoe haar volgende jaren gaan zijn. Het enige wat ze weet, is dat ze dit moment met Frank niet wilt missen. Ondanks Vlorensteijn. Ondanks Fleur. Ondanks zijn huwelijk.

Layla ~ 12 ~ Wegblijven


Hoewel ze niet lang weg willen blijven, staan binnen twee dagen Frank en Beth in de lobby van het hotel. Verontwaardigd loopt Layla op ze af. 

            ‘Wat doen jullie hier?’

            Fleur verschijnt achter haar. ‘Hoe weten ze dat we hier zitten?’

            Layla kijkt zuchtend achterover. ‘Ik laat altijd mijn hotelgegevens achter bij Beth’.

            ‘Oh’. Fleur slaakt nu ook zucht. ‘Daar heb ik niet bij stilgestaan’.

            ‘Dat is duidelijk’. Beth stapt op Fleur af. ‘Ik schrok me wild toen de vereniging ons belde met het bericht dat je was verdwenen op de avond van een van de belangrijkste feesten’. Ze wilt Fleur bij haar arm pakken, maar ze houdt zich plotseling in. ‘Wat is er aan de hand? Je gaat niet zomaar met Layla naar Parijs’. 

            ‘We kunnen beter naar de hotelkamer gaan. Komen jullie maar mee’. Layla gebaart ze mee te lopen. Ze ziet nog net dat Fleur zich losmaakt van Beth en vervolgens naast Layla gaat lopen. Onderweg naar de hotelkamer wisselen ze blikken met elkaar, die alleen zij begrijpen. Een manier die ze al hebben gevonden op de middelbare school, toen hun onderlinge contact nog geheim moest blijven.

            ‘Vertel’, zegt Beth als ze in de kamer zijn.

            ‘Maurits’. Fleur zet een tas neer en pakt deze uit. Ze ruikt aan een legging.

            ‘Maurits’, Beth klinkt bedenkelijk. ‘Je bedoelt Ritz?’ Ze kijkt naar Frank die zijn ogen alleen maar op zijn dochter houdt. Daarna draait ze zich naar haar dochter. Het is duidelijk dat ze het begrijpt. ‘Fleur. Je vader en ik zijn bereid je te steunen, maar daarvoor hebben we informatie nodig. Niet alleen vermoedens’.

            Fleur knikt bedachtzaam. ‘Als ik weg wil blijven bij de vereniging bedoel je. Juist. Ik heb Maurits en Annabel betrapt, ze hadden seks. Ik moet nadenken nu en ik heb tijd nodig daarvoor. Samen met Lay en Parijs’. Nu kijkt ze haar ouders aan. ‘Dit wil ik alleen doen, zonder jullie. Maar ik begrijp het als jullie een reactie moeten geven over mijn afwezigheid. Jullie hoeven me alleen niet te verdedigen en ook niet te steunen. Ik kan het zelf aan. Waarom zijn jullie hier? Lays ouders zijn er toch ook niet als er problemen zijn’.

            ‘Fleur…’ begint Beth.

            ‘Nee. Laat me dit alleen doen. Zonder Vlorensteijn. Alsjeblieft’.

            Beth wilt Fleur vasthouden, maar Fleur loopt weg. ‘We zijn er voor je, Fleur’.

            ‘Dag mam. Dag pa’.

            ‘Ik wil een ding weten’, zegt Frank. ‘Heeft Maurits je gebeld?’

            Layla kijkt naar Fleur, maar ze houdt zich neutraal.

            ‘Je wilt het niet zeggen?’ Franks gezicht wordt zachter. 

            ‘Laat me dit alleen doen’, herhaalt Fleur.

            Frank knikt nu langzaam zijn hoofd en neemt Beth met hem mee. Ze verdwijnen uit de kamer. Zonder protest of preken.

            ‘Heb je al iets gehoord van hem?’ Vraagt Layla.

            ‘Alleen maar. Mijn telefoon staat niet stil’. Fleur pakt haar telefoon. Alleen maar gemiste gesprekken en berichten. Ze reageert niet, op niemand. ‘Ik mis hem, Lay. Maar ik mis Vlorensteijn niet. Of de vereniging. Of de jaarclub’.

            ‘En je ouders?’

            ‘Het meeste’. Fleur legt haar telefoon op het nachtkastje. ‘Maar dat is goed. Al komt het niet in de buurt bij jouw pijn, dat weet ik. Zelfs Maurits en Annabel niet en dit doet al zeer. Laat staan wat ik jou heb aangedaan. Ik ben een vreselijk monster’.

Layla ~ 2 ~ Zijn hart

Het kapitaal is niet voor mij. De woorden blijven zich in het hoofd van Frank Vlorensteijn herhalen. De dag is volledig anders verlopen. Hij had gehoopt eindelijk het leven van Layla Marquez om te kunnen keren. Haar eindelijk rust te geven met het kapitaal dat nog beheerd werd door Florian, Anton en hem. Maar natuurlijk wist Layla meer van het kapitaal van Marquez en zij, Layla Marquez, kon daar niet bij. Natuurlijk had ze het kunnen opeisen. Alleen Marquez zou dit niet accepteren. Layla zou alleen aanspraak hebben op het kapitaal als ze volledig opgenomen zou zijn geworden in de familie Donkersloot, de familie van haar moeder. Op initiatief van de familie Donkersloot. Als zij haar ware familie zijn, dan waren ze hier en dan zou ze ook toe mogen treden tot de familie Marquez met haar kapitaal.

Dit keer staat er geen glas whisky op de armleuning van zijn stoel. Hij wilt zijn hoofd helder houden. Bedenken hoe hij ervoor kan zorgen dat hij Layla’s leven kan verbeteren als Frank Vlorensteijn. Als hij uit het raam kijkt, ziet hij zijn eigen spiegelbeeld in het raam. De grote Frank Vlorensteijn. Hij is op de hoogte van deze naam. Hij weet ook wie met deze naam is begonnen. Layla Marquez. Vanaf het begin had hij dat al door. De kleine Layla noemde hem altijd grote Frank. Het was niet moeilijk te raden. Hoeveel ze voor hem heeft gedaan, zelfs tijdens haar eigen moeilijke jaren. Blijf groots, grote Frank.

Zo groots is hij niet. Nog steeds heeft hij Layla niet kunnen herenigen met haar beide families. Hij faalt. Altijd bij Layla. Net als bij Ella, haar moeder. Ella. Als hij in zijn hart kijkt, dan weet hij de waarheid. Dat zei Ella altijd over haar eigen vader. Ze ging nooit smeken om terug te komen. Zij wist de waarheid. Vlorensteijn wist de waarheid. Donkersloot geloofde de smerige roddels die verspreid werden over Ella, de oudste dochter en hij zette haar op straat.

Zijn hart. Zijn hart. Frank rekt zich uit. Zijn rug. Zijn nek. Buigt zijn rug en strekt zijn armen voor zich uit. Als je in je hart kijkt, dan weet je de oplossing lieve Frank. Zijn hart. Al jaren luistert hij daar niet meer naar. ‘Wat zegt mijn hart?’ fluister Frank zacht, terwijl hij zijn ogen op de vloer van zijn werkkamer houdt. Langzaam staat hij op uit zijn stoel, loopt naar zijn kast en haalt een boek uit een la. Het boek ligt verborgen onder een stap oninteressante mappen. Het oude fotoboek met ook de foto’s van Ella Donkersloot.      In gedachten bladert hij door het boek tot hij een foto tegen komt. Van Ella en hem samen. Het was zijn verjaardag. Een paar weken voor Beth in zijn leven verscheen. Een paar weken na zijn afschuwelijke ervaring in de kelder van zijn ouders, door de achterlijke fout van zijn broers. Ella. Layla. Hij bergt het boek weer op en zoekt Layla op die in haar kamer in de nis zit.

Ze hoort hem binnenkomen en direct schitteren haar bijzondere groene ogen zijn richting op. Haar donkerbruine haren vallen golvend over haar schouders. Afwachtend draait ze naar hem toe, haar benen hangen over de bank heen.

Met een zucht gaat Frank naast haar zitten. ‘Donkersloot is niet hier. Vlorensteijn wel. Wij zijn hier. Ik ben hier. Ik laat je niet meer gaan, Layla Marquez. Ook als ik de wereld over moet reizen om jou bij Vlorensteijn toe te laten dan doe ik dat. Ik weet dat het Donkersloot moet zijn, die dit doet. Ik weet dat ik je daarmee Marquez niet kan geven, maar ik doe het. Jij hoort bij Vlorensteijn. Vlorensteijn is er voor jou. Ik ben er voor jou. Het spijt me, van alles’.

Eindelijk durft hij Layla aan te kijken. Bij het zien van haar mooie verdrietige lach, voelt hij zich warm worden. Het is een gevoel die hij nooit meer wilt loslaten.